Indicatoren

  • Markttoegang en duurzame handel
    • Tijd voor import
    • Verbeterde arbeidsomstandigheden voor werknemers
    • Training van kleinschalige boeren in duurzame landbouwpraktijken
  • Economische instituties en actoren
    • Ondersteunde economische instituties
    • Samenwerking met belastingdiensten
  • Infrastructurele ontwikkeling
    • Opgeleverde en toegezegde infrastructuurprojecten
    • Eindgebruikers met toegang tot nieuwe of verbeterde infrastructuur
  • Financiële sectorontwikkeling
    • Geïntroduceerde nieuwe financiële producten
    • Mensen ingeschreven in nieuwe verzekeringsregelingen voor armen
  • Bedrijfsontwikkeling
    • Bedrijven met een ondersteund plan voor investering, handel of dienstverlening
    • Directe banen die ondersteund worden door programma's voor private sectorontwikkeling
    • Private co-investeringen

Selecteer indicator

Markttoegang en duurzame handel

Om de productie verder te kunnen uitbreiden als in de lokale vraag is voorzien, hebben ontwikkelingslanden kennis en technologie nodig. Versnelling van procedures aan de grens en toepassing van internationale productiestandaarden met een gunstige sociale en milieu-impact, vergroten de welvaart van ontwikkelingslanden die deelnemen aan duurzame handel.

Tijd voor import

Wat betekent deze indicator?

De kansen voor handel nemen toe naarmate de kosten lager zijn. Kosten kunnen aanzienlijk worden verlaagd door efficiëntere, snellere procedures voor goedkeuring van verplichte handelsdocumenten aan de grens en betere binnenlandse infrastructuur en logistiek. De tijd die nodig is om de grens met goederen over te steken kan cruciaal zijn, met name voor bederfelijke landbouwproducten. In Afrika bedroeg de gemiddelde importtijd in 2015 34 dagen, vergeleken met 39 dagen vijf jaar daarvoor.

Wat betekent dit resultaat?

TradeMark East Africa (TMEA) steunt de groei van zowel regionale als internationale handel in Oost-Afrika.

Eén ambitie van dit door Nederland gesteunde programma voor 2010-2017 was om de invoertijd in vijf landen in Oost-Afrika met gemiddeld 15% te verkorten. In juni 2016 heeft TMEA dat doel bereikt.

In Oost-Afrika hebben vrouwen een aandeel van 80% in de informele grensoverschrijdende handel. De komende jaren (2017-2023) zal TMEA daarom de focus op markttoegang voor vrouwelijke handelaren versterken en een miljoen vrouwelijke ondernemers voorzien van markt- en handelsinformatie.

Een belangrijk resultaat van TMEA wordt bereikt in Kenia. Samenwerking met de havenautoriteiten in dit regionale handelscentrum heeft geleid tot een vermindering van de importtijd van 11,2 dagen in 2010 tot 4,9 dagen.

Markttoegang en duurzame handel

Om de productie verder te kunnen uitbreiden als in de lokale vraag is voorzien, hebben ontwikkelingslanden kennis en technologie nodig. Versnelling van procedures aan de grens en toepassing van internationale productiestandaarden met een gunstige sociale en milieu-impact, vergroten de welvaart van ontwikkelingslanden die deelnemen aan duurzame handel.

Verbeterde arbeidsomstandigheden voor werknemers

Verbeterde arbeidsomstandigheden voor werknemers |

Wat betekent deze indicator?

Door de aanvaarding van hogere normen voor productie en fatsoenlijk werk te bevorderen, kunnen ontwikkelingslanden in staat worden gesteld effectief deel te nemen aan wereldwijde toeleveringsketens en op die manier hun duurzame en inclusieve groei en ontwikkeling stimuleren.

Om te verzekeren dat de groei en welvaart ten goede komt aan alle deelnemers aan internationale waardeketens, bepleit Nederland de naleving door Nederlandse bedrijven van de OESO-richtlijnen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Nederland ondersteunt actief initiatieven die gericht zijn op verbetering van de arbeidsomstandigheden van arbeiders in verschillende productiesectoren in ontwikkelingslanden. Dit varieert van de productie van landbouwproducten zoals palmolie, cacao, thee en soja tot arbeidsintensieve productie zoals de kledingindustrie. Partners hierbij zijn de Internationale Arbeidsorganisatie, multinationale ondernemingen en NGO’s.

Wat betekent dit resultaat?

Twee vanuit Nederland werkende organisaties - The Sustainable Trade Initiative (IDH) en Solidaridad - en het programma Better Work van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) hebben in 2016 de arbeidsomstandigheden van 619.000 land- en fabrieksarbeiders verbeterd in overeenstemming met internationale overeenkomsten. In 2015 werden de arbeidsomstandigheden van 480.000 arbeiders verbeterd.

Met Nederlandse steun zijn alle exporterende kledingfabrieken in Bangladesh in 2015 geïnspecteerd. Ter opvolging van deze inspecties werden in 2016 3.540 verbeterplannen opgesteld over inspectieresultaten en verplichte acties in 1.290 fabrieken, die aan het management van de fabrieken werden uitgelegd en ontwikkeld binnen overeengekomen termijnen.

Een onafhankelijke beoordeling van het Better Work programma van de ILO in 2016 toonde een positief effect op de gezondheid van werknemers, waarbij het aantal werknemers met letsel afnam, de toegang tot zwangerschapszorg verbeterde en minder arbeiders ernstige honger leden. Daarnaast bleek uit de beoordeling dat de fabrieken die aan het programma deelnemen toenames in productiviteit tot 22% en van de winstgevendheid tot 25% noteerden, voornamelijk als gevolg van de opleiding van vrouwelijke leidinggevenden.

Markttoegang en duurzame handel

Om de productie verder te kunnen uitbreiden als in de lokale vraag is voorzien, hebben ontwikkelingslanden kennis en technologie nodig. Versnelling van procedures aan de grens en toepassing van internationale productiestandaarden met een gunstige sociale en milieu-impact, vergroten de welvaart van ontwikkelingslanden die deelnemen aan duurzame handel.

Training van kleinschalige boeren in duurzame landbouwpraktijken

Training van kleinschalige boeren in duurzame landbouwpraktijken |

Wat betekent deze indicator?

The Sustainable Trade Initiative en Practice for Change van Solidaridad (2016-2020) werken vanuit Nederland aan de versnelling van de duurzame productie van belangrijke producten binnen wereldwijde waardeketens, zoals palmolie, thee en soja.

Deze programma's doen dit door wereldwijde samenwerking tussen particuliere bedrijven (de grote inkopers), NGO’s, overheidsinstanties en kennisinstituten om gezamenlijk over te stappen op duurzame productiemethodes.

Kleinschalige boeren trainen in de toepassing van duurzame landbouwpraktijken is essentieel voor de effectieve verspreiding van deze productiemethoden en voor hun deelname in handelsketens van bedrijven. Onderwerpen die hierbij aan bod komen zijn: betere landbouwmethodes en gewasbescherming, implementatie van duurzaamheidsstandaarden, versterking van de positie van arbeiders en verbetering van hun arbeidsvoorwaarden (lonen, overwerk, kinderarbeid, genderkwesties) en certificering van producenten.

Wat betekent dit resultaat?

In 2016 zijn 1,8 miljoen boeren getraind in de toepassing van duurzame productiemethodes (na 1,2 miljoen in 2015) onder The Sustainable Trade Initiative (IDH) en Solidaridad's Farmer Support programma (2011-2016) en Practice for Change programma (2016-2020).

Economische instituties en actoren

Betrouwbare economische instituties leveren een bijdrage aan een ondernemingsklimaat waarin de particuliere sector kan groeien en arbeiders hun economische positie kunnen verbeteren binnen en door de bedrijven waar zij voor werken. Nederland ondersteunt daarom Nederlandse economische instituties die een actieve bijdrage leveren aan het opbouwen van de capaciteit van vergelijkbare instituties in ontwikkelingslanden.

Ondersteunde economische instituties

Wat betekent deze indicator?

De Nederlandse vakbonden FNV en CNV, de Nederlandse werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB Nederland en de Nederlandse organisatie voor landbouwadvies Agriterra bieden peer-to-peer steun voor capaciteitsopbouw gericht op een beter ondernemingsklimaat.

Het gemiddelde aantal leden van ondersteunde instituties wordt sinds 2014 als indicator gemonitord, als indicatie voor de waardering door leden van de kwaliteit van de dienstverlening door de verbeterde capaciteit van deze organisaties.

Wat betekent dit resultaat?

Van de achttien ondersteunde werkgeversorganisaties (hetzelfde aantal als in 2015), nam het gemiddelde aantal leden iets af, van 6.500 in 2015 naar 5.600. Dat was het gevolg van een kleine wijziging in partnerlanden en ondersteunde organisaties.

In 2016 steeg het aantal ondersteunde vakbonden van 89 (2015) naar 103. Het gemiddelde aantal leden daalde van 110.000 in 2015 naar 81.600, mede door de ondersteuning van minder federaties en meer afzonderlijke vakbonden. Het aandeel vrouwelijke leden van vakbonden steeg van 34% in 2015 naar 39%.

In 2016 was er een daling in het gemiddelde aantal leden van door Nederland gesteunde boerenorganisaties. Dit is deels de consequentie van een initiatief van Agriterra en haar partners in ontwikkelingslanden, om de ledenadministratie te actualiseren en op te schonen en zo hun dienstverlening te richten op actieve, betalende leden.

Economische instituties en actoren

Betrouwbare economische instituties leveren een bijdrage aan een ondernemingsklimaat waarin de particuliere sector kan groeien en arbeiders hun economische positie kunnen verbeteren binnen en door de bedrijven waar zij voor werken. Nederland ondersteunt daarom Nederlandse economische instituties die een actieve bijdrage leveren aan het opbouwen van de capaciteit van vergelijkbare instituties in ontwikkelingslanden.

Samenwerking met belastingdiensten

Samenwerking met belastingdiensten |

Minister Lilianne Ploumen, co-voorzitter van het Addis Tax Initiative in 2015

Wat betekent deze indicator?

Een goed belastingbeleid stelt ontwikkelingslanden in staat om meer inkomsten te genereren voor ontwikkeling. De conferentie ‘Financing for Development’ in Addis Ababa in 2015 heeft het belang van het vermogen van ontwikkelingslanden om zelf meer belastingmiddelen te genereren nog eens onderstreept.

Daarom ondersteunt Nederland actief het Addis Tax Initiative, voor bredere bewustwording dat hogere belastinginkomsten noodzakelijk zijn om de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling te halen.

Om te kunnen voldoen aan de toenemende vraag aan technische assistentie in ontwikkelingslanden hebben donorlanden die het Addis Tax Initiative ondersteunen in 2015 toegezegd hun investeringen in technische steun in 2020 te zullen hebben verdubbeld.

Wat betekent dit resultaat?

Nederland maakt goede vorderingen om de in 2015 voorgenomen verdubbeling van de inzet van overheden onder het Addis Tax Initiative, voor verhoging van belastinginkomsten van ontwikkelingslanden, in 2020 te realiseren. De uitgaven in 2016 voor dit doel zijn bijna verdubbeld in vergelijking met basisjaar 2015, waarin € 2,8 miljoen aan uitgaven onder verschillende programma's werden genoteerd.

Nederland biedt zowel multilaterale als bilaterale steun. Het Nederlandse bilaterale belastingprogramma is in tien landen actief en tot nu toe hebben 600 belastinginspecteurs training ontvangen onder verschillende programma’s.

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat ondersteuning van belastingdiensten de belastinginkomsten helpt vergroten. Het Tax Inspectors without Borders-programma van de OESO, dat mede door Nederland wordt gesteund, rapporteerde € 278 miljoen aan extra belastinginkomsten voor negen ontwikkelingslanden.

Infrastructurele ontwikkeling

Publieke infrastructuur is de sleutel tot structurele transformatie in ontwikkelingslanden. Toegang tot betrouwbare fysieke infrastructuur is essentieel voor de ontwikkeling van de particuliere sector en de verbetering van de levenskwaliteit van arme mensen. De realisatie van infrastructurele projecten vraagt om langlopende commitering van alle betrokken partijen.

Opgeleverde en toegezegde infrastructuurprojecten

Opgeleverde en toegezegde infrastructuurprojecten |

Wat betekent deze indicator?

Nederland houdt het aantal infrastructurele projecten bij dat elk jaar wordt voltooid onder programma's voor private sectorontwikkeling.

Omdat de verzekering van reservering van de benodigde financiering met partners een cruciale mijlpaal vormt voor de realisatie van infrastructurele projecten, is ook het aantal toezegde projecten met een ondertekende financieringsovereenkomst een indicator voor de voortgang van programma's voor ontwikkeling van infrastructuur.

Wat betekent dit resultaat?

In 2016 realiseerde het programma voor Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties ORET alle zes als voltooid gerapporteerde projecten. Naar verwachting zullen de resterende negentien projecten aan het einde van het programma in 2018 zijn voltooid.

Het aantal toegezegde projecten in 2016 was als gepland: negentien onder ORIO, zes onder het Infrastructure Development Fund (IDF) van de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO en negen onder de Private Infrastructure Development Group (PIDG) (waarvan acht in fragiele staten).

Het Development Related Infrastructure Investment Vehicle DRIVE en het government-to-government infrastructuurprogramma Develop2Build zijn in 2015 van start gegaan. Het opzetten van een pijplijn met DRIVE-projecten vergde meer tijd dan was voorzien. De eerste projecten onder Develop2Build zijn toegezegd met vijf getekende schenkingsovereenkomsten in 2016. De eerste DRIVE-projecten worden in 2017 voorzien.

Infrastructurele ontwikkeling

Publieke infrastructuur is de sleutel tot structurele transformatie in ontwikkelingslanden. Toegang tot betrouwbare fysieke infrastructuur is essentieel voor de ontwikkeling van de particuliere sector en de verbetering van de levenskwaliteit van arme mensen. De realisatie van infrastructurele projecten vraagt om langlopende commitering van alle betrokken partijen.

Eindgebruikers met toegang tot nieuwe of verbeterde infrastructuur

Eindgebruikers met toegang tot nieuwe of verbeterde infrastructuur |

Wat betekent deze indicator?

Een indicator voor verwacht bereik en sociale impact van infrastructuur, voor en tijdens de vaak lange bouwperiode, is het aantal eindgebruikers dat naar verwachting toegang krijgt tot nieuwe of verbeterde infrastructuur.

Het aantal eindgebruikers dat toegang krijgt tot infrastructuur wordt ook geschat voor toegezegde projecten (waarvoor een financieringsovereenkomst is ondertekend) en geaggregeerd met het geschatte aantal eindgebruikers van projecten die in het rapportagejaar worden voltooid.

Wat betekent dit resultaat?

Wat betreft het aantal bereikte eindgebruikers zijn de Private Infrastructure Development Group (PIDG), het Infrastructure Development Fund (IDF) van FMO, het programma voor Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties (ORET) en het ORIO programma voor Ontwikkelingsrelevante Infrastructuurontwikkeling, effectieve instrumenten gebleken voor het leveren van betere infrastructurele diensten.

De projecten die in 2016 werden toegezegd en voltooid voorzien naar schatting 47 miljoen eindgebruikers van toegang tot nieuwe en betere infrastructuur.

Financiële sectorontwikkeling

Financiële dienstverlening is essentieel voor economische ontwikkeling. Dit geldt met name voor arme mensen op het platteland en voor kleine ondernemingen in landen met zwakke financiële markten en instituties. Daarom stimuleert Nederland de toegang tot financiering voor deze lage-inkomensgroepen.

Geïntroduceerde nieuwe financiële producten

Geïntroduceerde nieuwe financiële producten |

Wat betekent deze indicator?

Een manier om arme mensen toegang te geven tot financiële dienstverlening is door innovatieve of verbeterde financiële producten te ontwikkelen en te introduceren die speciaal zijn toegesneden op de specifieke behoeftes en lokale beperkingen van lage-inkomensgroepen.

Voorbeelden hiervan zijn een elektronische portemonnee die vrouwen en hun kinderen verzekert van toegang tot goede gezondheidszorg, landbouw- en klimaatverzekeringen voor kleinschalige boeren en voorzieningen voor vrouwelijke ondernemers met een beperkte krediethistorie.

Wat betekent dit resultaat?

In 2016 zijn er 47 nieuwe financiële producten geïntroduceerd (naast de 62 uit 2015) onder door Nederland gesteunde programma’s voor financiële inclusiviteit.

Een inspirerend voorbeeld is M-TIBA, het digitale platform voor inclusieve gezondheidszorg. De ‘elektronische portemonnee’ van M-TIBA geeft arme mensen in Afrika toegang tot gezondheidszorg van goede kwaliteit door middel van een mobiele telefoon. De pilot van M-TIBA werd ondersteund door het Health Insurance Fund van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Sinds de lancering ervan in Kenia medio 2016 hebben meer dan 920.000 mensen zich ingeschreven voor deze financiële dienst. M-TIBA is bekroond met de Financial Times/IFC Transformational Business Award 2017 voor duurzame ontwikkeling gericht op gezondheid, welzijn en ziektepreventie.

Financiële sectorontwikkeling

Financiële dienstverlening is essentieel voor economische ontwikkeling. Dit geldt met name voor arme mensen op het platteland en voor kleine ondernemingen in landen met zwakke financiële markten en instituties. Daarom stimuleert Nederland de toegang tot financiering voor deze lage-inkomensgroepen.

Mensen ingeschreven in nieuwe verzekeringsregelingen voor armen

Mensen ingeschreven in nieuwe verzekeringsregelingen voor armen |

Wat betekent deze indicator?

De toegang tot financiële diensten wordt ook verbeterd door speciale verzekeringsprogramma’s. Deze helpen arme mensen tegenslagen het hoofd te bieden, zoals slechte weersomstandigheden, prijsschommelingen op de lokale markt voor landbouwproducten, ziekte en ouderdom.

Wat betekent dit resultaat?

In 2016 hebben meer mensen zich kunnen verzekeren via speciale verzekeringsregelingen voor de armen, waarvan de ontwikkeling door Nederland werd gesteund. Verzekering tegen landbouwrisico’s werd mogelijk via de Global Index Insurance Facility van de Wereldbank. De toegang van lage-inkomensgroepen tot gezondheidszorg van goede kwaliteit werd verzekerbaar door het Nederlandse Health Insurance Fund. Daarnaast is in 2016 een pilot met micropensioenen van de Stichting Duurzame (Micro-)Pensioenen in Ontwikkelingslanden (SDMO) opgeschaald.

Uit een evaluatie van het Health Insurance Fund bleek dat ziektekostenverzekeringen voor informele lage-inkomensgroepen met succes op brede schaal zijn geïntroduceerd. Verschillende producten die onder dit fonds werden ontwikkeld hebben erkenning gekregen voor hun innovatieve en transformerende bedrijfsmodellen. De Nederlandse steun aan het Health Insurance Fund is met nog eens zeven jaar verlengd.

Bedrijfsontwikkeling

Een fatsoenlijke baan is de beste manier om aan armoede te ontsnappen. Ondernemingen zorgen voor banen. Nederland versterkt daarom ondernemerschap in landen met lage- en middeninkomenslanden. Internationale en Nederlandse bedrijven worden gestimuleerd om in deze landen te investeren en handel te drijven.

Bedrijven met een ondersteund plan voor investering, handel of dienstverlening

Bedrijven met een ondersteund plan voor investering, handel of dienstverlening  |

Wat betekent deze indicator?

Nederland steunt het opstarten en de groei van bedrijven met advies en financiële middelen. De schaal bedrijfsontwikkeling wordt gemeten aan de hand van het aantal door bedrijven gemaakte plannen om te investeren of handel te drijven in landen met lage tot gemiddelde inkomens, ondersteund door ontwikkelprogramma’s voor de particuliere sector die worden gesteund door Nederland.

Wat betekent dit resultaat?

Het aantal bedrijven met een ondersteund plan om te investeren of handel te drijven in lage- of middeninkomenslanden is in 2016 meer dan verdubbeld: meer programma’s hebben over deze indicator gerapporteerd en sommige programma’s, zoals het Dutch Good Growth Fund, hebben hun investeringen in het midden- en kleinbedrijf vergroot. Van de in totaal 5.650 bedrijven zijn er 836 Nederlands en ruim 4.800 lokale of andere ondernemingen.

Het aantal ontwikkelde projecten zal in de periode 2017-2020 afnemen. Dit komt vooral door programma’s die in deze periode aflopen. Daarnaast zullen het Nederlandse Centre for the Promotion of Imports from developing countries (CBI) en het Nederlandse Programma voor de Uitzending van Managers (PUM) zich naar aanleiding van hun evaluatie in 2016 meer richten op armere landen en fragiele staten. Daarvoor zal waarschijnlijk meer diepgaande en langlopende ondersteuning van de bedrijfsvoering nodig zijn, die gelet op de beschikbare capaciteit van de programma’s dan aan minder bedrijven kan worden verstrekt.

Bedrijfsontwikkeling

Een fatsoenlijke baan is de beste manier om aan armoede te ontsnappen. Ondernemingen zorgen voor banen. Nederland versterkt daarom ondernemerschap in landen met lage- en middeninkomenslanden. Internationale en Nederlandse bedrijven worden gestimuleerd om in deze landen te investeren en handel te drijven.

Directe banen die ondersteund worden door programma's voor private sectorontwikkeling

Directe banen die ondersteund worden door programma's voor private sectorontwikkeling |

Wat betekent deze indicator?

Door succesvolle bedrijfsontwikkeling kunnen meer en betere banen worden gecreëerd en behouden. Volgens internationale harmonisatie is de jaarlijkse monitoring van banen in ondernemingen sinds 2016 met name gericht op directe banen die worden ondersteund door programma's voor private sectorontwikkeling. Dat zijn banen in afzonderlijke ondernemingen waarop programma’s voor bedrijfsontwikkeling direct zijn gericht.

Wat betekent dit resultaat?

Met meer programma’s die op deze indicator kunnen rapporteren is het aantal directe banen in de portefeuille van ondersteunde ondernemingen in 2016 toegenomen tot 217.000 ten opzichte van 191.000 in 2015.

In zeven door Nederland gesteunde programma’s die de banen voor vrouwen in 2016 konden uitsplitsen (in 2015 waren dat er nog vier) bedroeg het gewogen gemiddelde aantal banen voor vrouwen 36%.

Voor de komende jaren wordt er een teruglopende projectontwikkeling verwacht op dit resultaatgebied. Verschillende programma’s voor bedrijfsontwikkeling lopen in de periode 2017-2020 ten einde, en de programma’s CBI en PUM zullen hun focus verleggen naar kleinere mkb-bedrijven in armere landen en fragiele staten. Daar staat tegenover dat het Dutch Good Growth Fund het aantal transacties met (Nederlandse en lokale) midden- en kleinbedrijven in de komende jaren zal verhogen.

Bedrijfsontwikkeling

Een fatsoenlijke baan is de beste manier om aan armoede te ontsnappen. Ondernemingen zorgen voor banen. Nederland versterkt daarom ondernemerschap in landen met lage- en middeninkomenslanden. Internationale en Nederlandse bedrijven worden gestimuleerd om in deze landen te investeren en handel te drijven.

Private co-investeringen

Private co-investeringen |

Wat betekent deze indicator?

Regeringsleiders hebben tijdens de Financing for Development conferentie in Addis Ababa in 2015 verklaard dat private investeringen en know-how steeds belangrijker worden naast publieke investering om duurzame ontwikkeling te realiseren. Daarom ondersteunen verschillende Nederlandse programma’s lokale en Nederlandse ondernemingen met advies en financiële middelen om de hogere investeringsrisico’s in lage- en middeninkomenslanden te compenseren.

De mate waarin bedrijven en andere private organisaties, zoals banken, bereid en in staat zijn om deze hogere financiële en politieke risico’s te dragen, wordt gemonitord aan de hand van de omvang van private co-investering onder programma's voor private sectorontwikkeling.

Wat betekent dit resultaat?

De investeringen door de Nederlandse private sector, die door financiële ondersteuning door programma's voor private sectorontwikkeling werden gerealiseerd, namen in 2016 toe tot € 2,8 miljard. Meer Nederlandse programma’s werden verzocht om op deze indicator te rapporteren. De toename van dit bedrag weerspiegelt ook een aanzienlijke toename in het aantal ondersteunde plannen van bedrijven om in datzelfde jaar te investeren of handel te drijven in lage- en middeninkomenslanden.

"Als er ergens op het Afrikaanse continent disruptieve innovatie plaatsvindt die universele toegang tot gezondheidszorg verzekert, dan is het door het betrekken van de private sector via het Health Insurance Fund. M-TIBA helpt de gezondheidszorg in Kenia daadwerkelijk sprongsgewijs vooruit. En omdat dit verzekeringsmodel er al is, hoeft een organisatie die de armen probeert te bereiken er alleen maar om te vragen."

- Dr. Khama Rogo, hoofd Health Initiative in Africa, IFC/Wereldbankgroep

Uitgelicht project

Health Insurance Fund: innovatie geeft toegang tot particuliere gezondheidszorg in Afrika

Onder het Nederlandse Health Insurance Fund zijn financiële innovaties en kwaliteitsnormen voor particuliere klinieken ontwikkeld en getest, zodat groepen met een laag inkomen in Afrika via een mobiele telefoon kunnen sparen voor toegang tot particuliere gezondheidszorg van goede kwaliteit.

Aanvullende bronnen

Ondernemen in ontwikkelingslanden

Volg @HansDocter, directeur Directie Duurzame Economische Ontwikkeling

Video Ondernemen in ontwikkelingslanden werkt