Resultaten van het Actieplan Inclusieve Ontwikkeling

Uitbanning van extreme armoede in 2030, een van de hoofddoelen van de Global Goals, is alleen haalbaar als ongelijkheid wordt aangepakt. Binnen het beleid voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking onderneemt Nederland al veel om arme en uitgesloten groepen te bereiken. Het Actieplan Inclusieve Ontwikkeling legt daarbinnen extra nadruk op het behalen van resultaten om: (1) werk voor jongeren en vrouwen te realiseren en (2) om de dialoog met en in ontwikkelingslanden te stimuleren om zo grotere inzet op inclusieve groei en ontwikkeling te bevorderen. De eerste voorgangsrapportage hierop is in november 2016 naar de Tweede Kamer gestuurd. De voortgang en resultaten van het Actieplan zijn vanaf dit jaar geïntegreerd in de jaarlijkse resultatenrapportage over het BHOS-beleid.

Werk is de hoofdroute uit armoede en cruciaal voor toekomstperspectief. Een gebrek aan perspectief is vaak een motivatie voor jongeren om te migreren. Om de grondoorzaken van migratie aan te pakken is extra geïnvesteerd in het bevorderen van ondernemerschap door en werkgelegenheid voor Afrikaanse jongeren. Hiervoor is EUR 25 miljoen gereserveerd voor het programma Local Employment in Africa for Development (LEAD) en EUR 25 miljoen extra beschikbaar gesteld binnen het Dutch Good Growth Fund (DGGF).

Met LEAD zijn hiermee in 2016 3.600 jongeren getraind in sociale, technische en ondernemerschapsvaardigheden en zijn stages en leer-werktrajecten ondersteund. Ruim 80 bestaande kleine bedrijven zijn geholpen om door te groeien en om op die manier nieuwe banen te creëren. Ook zijn de eerste startende jonge ondernemers in contact gebracht met investeerders en zijn er consultaties gehouden met overheden, private en financiële sectoren over verbetering van het ondernemingsklimaat voor startende ondernemers en verbetering van de toegang tot financiële diensten.

Met DGGF zijn diverse investeringen gedaan via lokale financiële instellingen in startende en lokale MKB-bedrijven in Ghana, Ivoorkust, Liberia, Nigeria en Ethiopië. Tevens is financiering verstrekt aan twee Nederlandse ondernemers, wat heeft geleid tot investeringen in Kenia (exploitatie van een melkfabriek) en Ghana (investering in vrieshuis ter versterking van opslagcapaciteit voor vlees). De investeringen vonden in 2016 en 2017 plaats. Verwacht wordt dat met deze DGGF-investeringen in totaal ongeveer 1.300 nieuwe banen worden gecreëerd, grotendeels voor jongeren.

Vier van de negen projecten binnen FLOW (Funding Leadership and Opportunities for Women) zetten in op een versterkte economische positie voor vrouwen. Hiermee worden 25.000 vrouwen bereikt in 10 landen. De eerste resultaten zullen de komende jaren zichtbaar worden, maar nu al heeft de Nederlandse inzet de capaciteit van 68 maatschappelijke organisaties versterkt om in ontwikkelingslanden met lokale vrouwenorganisaties te werken aan economische verzelfstandiging en om met lokale werkgevers te werken aan verbeterde arbeidsomstandigheden. In onder meer Pakistan en Ghana heeft de inzet van FLOW al geresulteerd in het verenigen van vrouwen om voor hun gezamenlijk belangen op te komen.

Het kabinet investeert ook in kennisuitwisseling op en internationale agendering van jeugdwerkgelegenheid. Op 30 mei 2017 organiseerden het Ministerie van Buitenlandse Zaken en kennisplatform INCLUDE de internationale conferentie Boosting Youth Employment in Africa, What Works and Why?. De conferentie resulteerde in gezamenlijke aanbevelingen van Europese en Afrikaanse overheden, de EU en de Afrikaanse Unie, internationale organisaties, wetenschappers, NGO’s en jongerenorganisaties aan de Afrika-EU top die eind November in Ivoorkust wordt gehouden. De kern van deze aanbevelingen: investeer in werk en ondernemerschap voor Afrikaanse jeugd!

Pleitbezorging en politieke dialoog zijn belangrijke elementen van het Actieplan. In september 2016 opende de Nederlandse overheid het fonds Voice. Dit fonds richt zich op activiteiten die stem geven aan gemarginaliseerde groepen in ontwikkelingslanden. De vraag naar financiering is enorm en inmiddels zijn 60 projecten geselecteerd, waarvan acht projecten al van start zijn gegaan. Deze richten zich onder anderen op LHBT, inheemse bevolkingsgroepen, slachtoffers van uitbuiting en misbruik en op mensen met een beperking. Binnen het beleidskader Samenspraak en Tegenspraak (S&T) is in 2016 onder meer Euro 1 mln beschikbaar gesteld voor de versterking van organisaties die opkomen voor de rechten van Syrische vluchtelingen in Libanon. Verschillende ambassades hebben in 2016 een beroep gedaan op het Accountability fonds om extra steun te geven aan de meest gemarginaliseerde groepen. In Nigeria steunt Nederland bijvoorbeeld het Centre for Citizens with Disabilities om mensen met een beperking beter te vertegenwoordigen in politieke processen. Over de resultaten van de VOICE, S&T en het Accountability fonds zal in komende jaren worden gerapporteerd.

Zeven allianties van NGOs werken aan seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) in partnerschappen met de Nederlandse overheid die in 2016 vorm kregen. Ze richten zich op kansen voor kwetsbare groepen, zoals kinderen die in de prostitutie terecht dreigen te komen, meisjes die op jonge leeftijd worden uitgehuwelijkt, jongeren die toegang willen tot seksuele voorlichting en voorbehoedsmiddelen of sekswerkers, drugsgebruikers en mannen die seks hebben met mannen die geen toegang krijgen tot medische zorg en preventiemaatregelen. De allianties hebben in 2016 hun monitoring ingericht. Zij besteden daarbij speciale aandacht aan de vraag hoe moeilijk te traceren en te bereiken groepen mensen effectief te betrekken in hun programma’s. Daarvoor is het ook belangrijk gegevens te verzamelen per doelgroep en voor verschillende leeftijden. Het programma Bridging the Gaps registreert bijvoorbeeld behaalde resultaten, onderverdeeld naar gender (man, vrouw, transgender), leeftijdsgroep en gedeeltelijk ook per zogeheten key population (sekswerkers, mannen die seks hebben met mannen, injecterende druggebruikers). Dit levert dieper inzicht op in wat werkt en wat nog niet goed genoeg werkt om deze specifieke mensen te bereiken.

Ook internationaal heeft Nederland het bevorderen van inclusiviteit en de positie van gemarginaliseerde groepen geagendeerd. Nederland heeft zich, samen met andere lidstaten, in de onderhandelingen voor de nieuwe EU Consensus on Development (aangenomen door de Raad Buitenlandse Zaken/Ontwikkelingssamenwerking van 19 mei jl.) succesvol ingezet om de focus op de armsten te behouden in het nieuwe EU-ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Daarnaast wordt mede dankzij Nederland het fundamentele belang van het Leave No One Behind (LNOB) principe voor het behalen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) onderstreept in de Raadsconclusies over de Commissie Mededeling ‘Volgende stappen voor een duurzame Europese toekomst’ (aangenomen door de Raad Algemene Zaken op 20 juni jl.), die ziet op de implementatie van de SDGs in de EU.

Nederland heeft in de eerste vrijwillige rapportage aan de VN over de SDGs het belang erkend van Leaving No One Behind. Bij het recente High-Level Political Forum (HLPF) van de VN in juli 2017 heeft Nederland extra aandacht gegenereerd voor het tegengaan van ongelijkheid. Nederland organiseerde gezamenlijk met het Verenigd Koninkrijk, UNDP en de maatschappelijke organisaties CIVICUS en Development Initiatives een evenement tijdens het HLPF om dit onderwerp hoog op de internationale agenda te houden. De Nederlandse minister van BHOS riep bij datzelfde HLPF de aanwezige private sector op om meer te doen om de positie van achtergestelde groepen te bevorderen. Nederland heeft hieraan zelf bijgedragen door overeenkomsten te stimuleren in de textielketen om kinderarbeid tegen te gaan. Mede dankzij inzet van Nederland en gelijkgestemde donoren is de strategische oriëntatie op Leaving No One Behind verankerd in de tussen lidstaten onderhandelde richtlijnen voor de hervorming van het VN-ontwikkelingssysteem. In zijn eerste rapport over deze hervormingen committeert Secretaris-Generaal van de VN Guterres zich ook aan dit centrale uitgangspunt om het optreden van de VN aan te laten sluiten bij de 2030 agenda. Concrete voorstellen worden verwacht in zijn tweede rapport dat eind 2017 uitkomt.

Nederland komt op voor het recht en de mogelijkheden van elke vrouw en elk meisje om zelf te kiezen met wie, wanneer en hoeveel kinderen te krijgen. De beweging She Decides startte begin 2017 op Nederlands initiatief om politieke en publieke steun en financiering te werven voor toegang tot seksuele voorlichting, voorbehoedsmiddelen en veilige abortus, juist ook voor arme, gemarginaliseerde vrouwen en jongeren. Die dreigde te verminderen door veranderend Amerikaans beleid. De Amerikaanse overheid voerde de zgn. Mexico City Policy in. Dit beleid zorgt ervoor dat de VS geen financiering meer geven aan buitenlandse organisaties, of aan Amerikaanse organisaties met andere buitenlandse financiers, voor onder meer family-planning wanneer deze organisaties (met ander geld) ook informatie verschaffen over veilige abortus en/of abortusdiensten leveren.

Inmiddels hebben ruim 50 landen zich achter de beweging geschaard, meer dan 100 organisaties en duizenden burgers. She Decides heeft in 6 maanden ruim 280 miljoen euro opgehaald dat bedoeld is voor organisaties die door de Mexico City Policy worden getroffen.